De laatste school in een dorp behouden, dat is de missie van de Vereniging Zelfstandige Dorpsscholen. ‘‘Een kind van 4 ga je toch niet transporteren naar een dorpje 5 kilometer verderop? Dat is belachelijk’’, aldus Cees van Mourik, de vicevoorzitter van de organisatie. De organisatie heeft het eerste succes bereikt: de Jan Ligthartschool in Westerbroek mag open blijven dankzij de hulp van de VZD.

‘‘Wij zijn van mening dat het misdadig te noemen is als een kind van 4 niet kan opgroeien in zijn eigen, vertrouwde omgeving. De basisschool speelt hierbij een belangrijke rol. Het maakt een groot verschil als de moeder haar kind gewoon naar de school in het eigen dorp kan brengen, waar iedereen elkaar kent en het kind op die manier in de vertrouwde omgeving kan opgroeien’’, legt Van Mourik uit. Ook benadrukt hij het belang van de infrastructuur op het platteland en in dorpen, want die mag volgens Van Mourik niet verloren gaan.

In de praktijk
Docenten, ouders en dorpsbewoners kunnen met de hulp van de VZD in gesprek gaan met het bestuur van de laatste school in het dorp. Als dit allemaal succesvol verloopt, kan de school verzelfstandigen. Op die manier is het bestuur van de school in handen van de VZD.

Het oprichten van de VZD is geen kort proces geweest. ‘‘We zijn veel in gesprek geweest met het ministerie. Gelukkig staat minister Asscher achter ons. In eerste instantie willen wij 7 basisscholen op deze manier helpen, maar uiteindelijk zouden we alle laatste scholen in een dorp in het land open willen houden. Voor nu zijn we blij als we er uiteindelijk 7 kunnen helpen’’, vertelt Van Mourik. Dit plan wordt nog door Asscher bij de Tweede Kamer neergelegd, alhoewel er goede hoop is.

Succesfactoren
Hoe zet je de laatste school in een dorp succesvol op de kaart? ‘‘Het belangrijkste is: onderwijs. Als het onderwijs van een school uitmuntend is, krijg je positieve inspectierapporten van de Onderwijsinspectie. Daarnaast moet je als school goed communiceren. Als er iets misgaat of iets niet gerealiseerd kan worden, leg dit duidelijk uit. Ga in gesprek met ouder én kind. Als je dit op de juiste manier aanpakt, is er meer begrip.’’

Van Mourik wijst ook op de technologische mogelijkheden van tegenwoordig. ‘‘Je bereidt de kinderen voor op het voortgezet onderwijs. Als daar veel technische middelen worden gebruikt, dan is het handig het kind daar al op de basisschool mee te confronteren. Maar houd wel de omgeving in de gaten; als er geen vraag naar is, niet doen. Als er juist meer vraag is naar het kind uit de klas halen en meer naar buiten te laten gaan, ga dan de natuur in.’’

Beeld: Pixabay 

Advertisements