URB.

Wat beweegt mensen?

Burger aan zet

Samen ‘vooruit’ in plattelandsdorp 

Een strijd voeren tegen iets wat je niet zelf in de hand hebt. Dat is onbegonnen werk. Toch probeert ‘krimpwethouder’ Patricia Hoytink-Roubos alle aspecten aan te pakken om de leefbaarheid in de kernen van haar gemeente te behouden. “We hebben vooral te maken met ontgroening in de gemeente. Jongeren gaan elders studeren, gaan op kamers en krijgen een heel ander leven. Je moet dan wel een dusdanig goede band met deze streek hebben om terug te keren,” stelt de 44-jarige wethouder van onder meer demografie.    

In Beltrum, een dorpje van nog geen drieduizend inwoners  dat in de gemeente Berkelland ligt, is echter wel een heel sterke binding aanwezig. Leo Te Woerd (66) is er geboren en getogen. “Het sociale contact is hier echt heel belangrijk. Iedereen kent elkaar en iedereen helpt elkaar.” Ook Lissa Pape (26) groeide op in Beltrum en zij beaamt dat de sociale cohesie in Beltrum heel goed is. “Iedereen doet wel vrijwilligerswerk en zit bij een of meerdere verenigingen. En dat maakt juist dat mensen terugkomen naar Beltrum.” Lissa is vrijwilliger bij Meldpunt Beltrum, een platform waarbij je mededorpsbewoners helpt met kleine klussen. “Ik heb een auto, ik zou boodschappen kunnen gaan doen met mensen of ze naar het ziekenhuis brengen als ik een middag vrij ben.” Het Meldpunt Beltrum heeft dertig vrijwilligers. “Dat is toch prachtig?”, zegt Leo trots. “Mijn vrouw helpt bijvoorbeeld een ouder stel overweg te kunnen met de computer. Het is mooi dat je zoiets voor een mede dorpsbewoner kunt doen.”

Als je Beltrum binnenrijdt, zie aan de rechterkant de enige supermarkt dat het dorp telt, de Coop. Als je de Kampstraat nog tweehonderd meter volgt, kom je uit bij het Mariaplein waar onder andere het Kulturhus van het dorp gevestigd is. In het Kulturhus wordt vergaderd, er worden EHBO-lessen gegeven en mensen komen er samen om te dammen. Het is volgens de dorpsbewoners het kloppende hart van Beltrum. Tegenover het Mariaplein stijgt de Rooms-Katholieke kerk van Beltrum boven alle gebouwen van het dorp uit. En als er een feest is in Beltrum wordt dat gevierd in Zalencentrum Dute of in Restaurant Spilman. Ook heeft Beltrum een rijk verenigingsleven. Met onder meer een voetbalvereniging, een handbalvereniging en een tafeltennisvereniging. Zij spelen allen onder de naam ‘VIOS’ wat ‘Vooruit Is Ons Streven’ betekent. De slogan past precies bij de materie waar het dorp en de rest van de regio nu mee te maken heeft: krimp.

Demografische ontwikkelingen
Heleen Huiskamp, programmamanager demografie van de gemeente Berkelland, schetst in haar rapport Demografische Ontwikkelingen, Achterhoek 2010 – 2040 dat het inwonersaantal in Nederland vanaf 2040 naar alle waarschijnlijkheid zal afnemen. Ondanks dat deze trend zich naar alle waarschijnlijkheid pas vanaf 2040 gaat ontwikkelen, zal in de komende twintig jaar meer dan de helft van de Nederlandse gemeente te maken krijgen met teruglopende bevolkingsaantallen. De drie belangrijkste Grafiek inwonersaantal Berkelland.pngkrimpgebieden van Nederland zijn Parkstad Limburg en Noordoost-Groningen met een krimp van vijftien procent en Zeeuws-Vlaanderen dat zal zien dat haar inwonersaantal met tien procent zal dalen.

Ook de Achterhoek hoort thuis in het rijtje van meest krimpende gebieden. De regio zal namelijk te maken krijgen met een inwonersdaling van acht procent. In 2010 woonden er in de Achterhoek een kleine driehonderdduizend inwoners. De prognose is dat het inwonersaantal in de Achterhoek zal dalen tot ruim 274.000. De gemeente Berkelland zal dezelfde dalende lijn laten zien; het gebied zal zesduizend inwoners verliezen tot 2040. Vorig jaar telde Berkelland 44.400 inwoners.

Liefde voor Beltrum
Leo Te Woerd werd in 1950 geboren in Beltrum op een boerderij net iets buiten het dorp. Hij groeide op met 13 broers en zussen. Vier van hen bleven plakken in Beltrum, de rest is uitgevlogen naar alle uithoeken van Nederland. Leo is inmiddels verhuisd naar de kern van het dorp. Hij woont met zijn vrouw Lucie in een vrijstaand huis aan de Dorpsstraat. Van binnen is alles heel strak geordend en de vloer van de benedenverdieping is bedekt met gemêleerde crèmekleurige tegels. Ondanks de strakheid die binnen de muren van het huis aanwezig is, doet de riante woning van buiten aan als een sfeervol huis.

Als Leo de koffiepot aanzet glimlacht hij en begint over de grote liefde voor zijn dorp. “Ik ben gehecht aan Beltrum. Ik heb altijd gevoetbald bij VIOS en ben twaalf jaar voorzitter geweest van de Raad van Overleg”, straalt hij. De Raad van Overleg is een tussenweg tussen de gemeente Berkelland en de bewoners van het dorp. Als de gemeente een plan heeft voor het dorp, wordt er eerst overleg gepleegd met de leden van de Raad in Beltrum. Zo kunnen de leden de plannen mededelen aan de burgers en zouden de plannen tegengehouden kunnen worden als een merendeel van het dorp het er niet mee eens is.

Lissa Pape werkt bij de gemeente Oost-Gelre als beleidsmedewerker op het gebied van jeugdzorg. Ze studeerde ruimtelijke ordening en planologie op het Saxion in Deventer. Lissa groeide op in Voor-Beltrum, het buitengebied van Beltrum. “Ik ben altijd naar school gegaan in Groenlo omdat dat voor mij dichterbij was dan Beltrum,” blikt ze terug. Ze woont nu samen met haar vriend Jochem in een twee onder één kap huis, een paar kilometer van het centrum van Beltrum af. Van de buitenkant doet het huis ouderwets aan, maar als je het huis binnenloopt zie je direct at het bewoond wordt door moderne twintigers.

“Mijn vriend wilde op kamers in Beltrum”

Lissa heeft ook een aantal jaren in de kern van het dorp gewoond. Terwijl ze een slok van haar dampende rooibosthee neemt, vertelt ze dat het een initiatief was van haar vriend: “Jochem kwam terug uit Leeuwarden om zijn laatste stage hier in de buurt te lopen en stelde dat hij op kamers wilde gaan wonen in het dorp. Hij was van plan eigenaren van huizen die te koop stonden in Beltrum te bellen, om te vragen of hij het huis mocht huren totdat het verkocht was.” Toevallig was de eerste persoon die Jochem belde de oom van Lissa, die net zijn huis te koop had gezet. In een half uur had het jonge stel een huis in het centrum van Beltrum. “Na drie jaar werd het huis verkocht en zijn wij hier naartoe verhuisd. Het huis is echter niet van onszelf want dat is niet te betalen voor ons als starters.”

Hoeveel Lissa en Leo ook van Beltrum houden, ook zij zien dat de leefbaarheid van het dorp er niet op vooruit gaat. Wethouder Patricia Hoytink-Roubos zet zich in voor de leefbaarheid van de kernen van Berkelland. “Voor de hele regio Achterhoek zijn er eigenlijk drie belangrijke pijlers: wonen, werken en de bereikbaarheid.” Bij het begrip bereikbaarheid moet niet alleen gedacht worden aan de letterlijke betekenis van het woord, ook glasvezel in het buitengebied en een goede mobiele bereikbaarheid in de gemeente zijn belangrijke punten waaraan gewerkt wordt. “De directe bereikbaarheid van de regio wordt vergroot door de nieuwe N18. Die nieuwe rondweg zal komen te lopen van Varsseveld tot aan Enschede, door onze gemeente”, schetst de wethouder.

20161220_104438.jpg

Heleen Huiskamp, stelt dat je ook moet laten zien dat er mooie bedrijven zijn in de regio. “Mensen zullen het niet weten, maar er zijn veel internationale bedrijven gevestigd in deze regio. Denk dan bijvoorbeeld aan Friesland Campina dat net een nieuwe fabriek heeft geopend in Borculo,” aldus Heleen. Maar deze bedrijven moeten zich wel laten zien aan de jongeren uit de streek. Om de bedrijven te helpen is in 2013 de Achterhoekse Talententuin gestart. “Dit is een dag waarop bedrijven en jongeren elkaar ontmoeten, zodat de bedrijven aan de jongeren kunnen laten zien wat zij hen te bieden hebben,” vertelt Patricia over de dag die gehouden wordt in de DRU-cultuurfabriek in Ulft. Wat volgens Patricia ook niet vergeten moet worden is, dat je in de Achterhoek een mooi huis hebt voor een relatief klein bedrag. In de stad heb je voor hetzelfde geld minder ruimte. “En het is hier ook nog eens prachtig om te wonen. Ik heb soms gewoon een eekhoorn in de tuin lopen, dat is toch prachtig?”, straalt de wethouder.

Burgerparticipatie
In 2014 is er een collegeakkoord gekomen in de gemeente Berkelland dat ‘veranderende samenleving, vernieuwd bestuur’ heet. “De kern van dit akkoord is dat de verbinding wordt gezocht met de burger. Dat je niet boven de inwoners staat en oplossingen bedenkt voor de problemen, maar dat je naast hen gaat staan en vraagt hoe zij er tegenaan kijken en hoe zij het graag opgelost zouden zien”, legt Patricia uit. “Ik vind het erg achterhaald dat wij op het gemeentehuis altijd de beste oplossingen hebben.” Als gevolg van deze meer betrokken rol van de gemeente, is de pilot woonbehoefte in Beltrum ontstaan.

“De huidige woningmarkt in ons dorp is niet passend voor de samenleving,” stelt Leo te Woerd. Leo ziet dat er te weinig betaalbare woningen voor jongeren en ouderen zijn. Volgens hem vertrekken de jongeren daarom uit het dorp. Echter vertrekken de ouderen ook, naar dorpen in de directe omgeving van Beltrum. Leo had daarom het idee om in de leegstaande school in het dorp negen ouderenappartementen te vestigen. “Met de tekening zijn de ouderen van de Raad van Overleg in november 2015 naar de gemeente gegaan, maar de gemeente wilde graag zekerheid hebben dat er mensen gingen wonen. Het moest bijna zo concreet zijn dat de nieuwe bewoners de handtekening al zouden zetten.”

“Ik vind het achterhaald dat wij op het gemeentehuis de beste oplossingen hebben”

Leo zat viermaal om tafel met een aantal mensen van de gemeente, waaronder wethouder Patricia Hoytink-Roubos. De plannen werden niet doorgevoerd. “In februari kreeg ik bezoek van de jongeren van de Raad van Overleg van Beltrum. Zij vroegen mij starterswoningen te bouwen in het dorp”, aldus de wethouder. Er was een enquête gehouden onder 65 jongeren in het dorp die zeiden graag in Beltrum te willen blijven wonen, maar geen geschikte woning konden vinden. Patricia besloot met de zeven overige Achterhoekse gemeentes en de provincie in overleg te gaan over deze kwestie. Als oplossing kwamen ze uit bij een pilot van een jaar waarin de huizenmarkt van Beltrum onder de loep wordt genomen. De bewoners gaan met elkaar in gesprek over de zogenoemde ‘bestaande woningvoorraad’, alle huizen die in Beltrum staan, en de wensen die zij hebben met betrekking tot wonen in het dorp. De gemeente bepaalt hoeveel huizen er in elk dorp bijgebouwd mogen worden in een bepaalde tijd. Voor Beltrum geldt dat er vier woningen gebouwd zouden mogen worden in de aankomende tien jaar.

De jongeren zijn aan het eind van februari met elkaar in gesprek gegaan over hun behoeften wat betreft wonen in het dorp. Het resultaat van deze bijeenkomst is de bouw van tien woningen op een voormalig bedrijventerrein in Beltrum, het zogeheten CPO-traject (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). Aan het begin van 2018 zouden deze woningen klaar moeten zijn. “Dit is het tweede CPO-traject dat gerealiseerd gaat worden”, weet Lissa Pape. “Het eerste traject heeft vier huizen opgeleverd op datzelfde terrein. Die worden nu al bewoond.” Echter ziet het er nogal treurig uit met maar vier huizen op een terrein waar plek is voor 23 huizen.

20161220_110734
Het Kulturhus in Beltrum

 

Deze veertien huizen die op het voormalige bedrijventerrein gebouwd worden zijn echter nog niet genoeg voor het 3000 inwoners tellende dorp. Ilse Heemskerk van de Vereniging Nederlandse Gemeenten laat weten dat dit probleem landelijk is. “Je ziet dat tijdens de crisis te weinig aandacht is geweest voor de huizenmarkt en dan vooral op het gebied van de middeldure koopwoningen.” Er zijn te weinig koopwoningen van twee ton bijgebouwd tijdens de recessie, de huizen die aantrekkelijk zijn voor starters. Ilse stelt dat de woningmarkt op slot zit: “Echter is het niet zo dat de woningmarkt op het platteland meer op slot zit dan die in de stad.” De woningmarkt is niet flexibel genoeg en er zijn niet genoeg sociale huurwoningen. Ook in Beltrum zit de woningmarkt op slot. Er zijn niet genoeg seniorenwoningen en dat zorgt ervoor dat er geen doorstroming is in het dorp. Mede daardoor zijn er ook onvoldoende starterswoningen in het dorp.

Ouderen of starters?
Voor de jongeren heeft de gemeente een starterssubsidie beschikbaar gesteld. Deze subsidie geldt alleen voor de bestaande woningbouw, dus niet voor nieuwbouwwoningen. “Het zou toch zonde zijn dat de jongeren die geen huis kunnen vinden alleen om die reden naar Groenlo verhuizen?”, stelt Lissa verbaasd. Ook stelt ze dat de mensen die hun woning te koop hebben staan in het dorp, het te koop hebben staan met de gedachte: als ik het verkoop, verkoop ik het; zo niet, dan niet. “Ze zakken niet met de prijs.” Leo denkt dat het vooral te maken heeft met het feit dat de mensen die hun huis te koop hebben staan zeventigplussers zijn en op zich nog prima in hun woning wonen, maar wel naar de toekomst kijken: “Deze ouderen wonen hypotheekvrij en wonen nog heerlijk in hun huis. Ze slapen nog boven en er lijkt niks aan de hand. Zij beginnen echter te denken aan later: Wat ga ik doen? Blijf ik hier wonen en ga ik mijn huis aanpassen aan de komende ouderdom of ga ik verhuizen naar een ouderenwoning?”

Beltrum staat dus voor een dilemma: Er zijn meer ouderen- en starterswoningen nodig in het dorp. Iemand die moet gaan helpen met het structureren van dit dilemma is Theo Adema, architect van architectenbureau KAW uit Groningen. “Toen ik voor het eerst in Beltrum kwam dacht ik: Wat is dit een prachtig dorpje. Wat is hier aan de hand? Zo ziet krimp er hier niet uit? Ik zie heel andere dingen als ik door Oost-Groningen rijd, dat ook te kampen heeft met krimp”, aldus een verwonderde Theo. Om verpaupering van de streek te voorkomen, wordt daarom nu ook opgetreden tegen de bewonersdaling. “We zien dat het gebied te maken krijgt met een bewonerskrimp. We kunnen niet afwachten en niks doen”, blikt Lissa vooruit. Zij weet in ieder geval dat ze niet weg wil uit Beltrum:“Ik weet alleen niet of we in dit huis blijven wonen of dat we gaan verhuizen op langere termijn. Maar buitenaf wonen blijft mijn grote wens.”

20161220_104431.jpg

Samen met de bewoners van Beltrum hoopt Theo de woningvoorraad van het dorp beter passend te maken bij de bewoners. Het grote gevaar: De huishoudenskrimp over tien tot vijftien jaar. 27 procent van de inwoners van de kern van Beltrum en 23 procent van de inwoners van het buitengebied van het dorp is zeventigplusser. “Dit betekent dat deze mensen over tien tot vijftien jaar naar alle waarschijnlijkheid naar een bejaardentehuis gaan”, stelt Theo. Als dit gebeurt komen er 214 huizen vrij tot 2030. Dan is het niet reëel om nu veel huizen bij te bouwen in het dorp.

27 procent van de inwoners van de kern van Beltrum is zeventigplusser.

Oplossingsgericht zoeken
De bestaande woningvoorraad staat dus centraal in het komende jaar. Om te onderzoeken in hoeverre deze passend is, is eerst data verzameld van alle huishoudens in Beltrum. Dan moet je denken aan informatie als: het energieverbruik, de leeftijd van de hoofdbewoner, het bouwjaar, het woningtype, de WOZ-waarde en het woonoppervlak van elk afzonderlijk huis in het dorp. “Nu dat verzameld is, is het zaak dat we te weten komen wat de behoeften zijn van de bewoners van het dorp”, bekijkt Theo de situatie. Hij voerde al gesprekken met de mensen die een goede kijk hebben op het dorp.

Hij sprak onder andere met Marie-José Koster, de directrice van Basisschool de Sterrenboog, de laatste basisschool in Beltrum. Door de krimp zijn zes lokalen van de school overbodig geworden en zijn er nog negen lokalen in gebruik. ”De krimp is er langzaam ingeslopen, maar de laatste jaren gaat het toch behoorlijk snel. Volgend jaar hebben we hetzelfde aantal groepen, het jaar erna krimpen we nog meer.” Het is volgens de directrice echter niet mogelijk om nog meer kinderen te werven voor haar basisschool. “Het percentage kinderen uit Beltrum die hier op school zitten is nu al bijna honderd procent.” Het enige wat nog te proberen valt volgens haar, is kinderen uit Voor-Beltrum die in Groenlo naar school gaan, naar de Sterrenboog te halen. Er is vanuit het dorp een idee naar boven gekomen om de leegstaande lokalen van de basisschool om te toveren naar woningen. “Die plannen zijn nog in de beginfase. We verhuren de lokalen nu aan onder andere de EHBO”, laat de oplossingsgerichte Marie-José weten. Echter kost dit de school erg veel geld en wil ze graag van het leegstaande deel van de school af.

Theo komt door de gesprekken veel te weten over het wel en wee in het dorp. “Als ik mensen spreek beginnen ze eigenlijk meteen over hun eigen woonsituatie.” Er zijn volgens hem drie scenario’s: Mensen wonen prima waar ze nu wonen en deze mensen hebben geen wensen op korte termijn, ofwel mensen wonen prima waar ze nu wonen maar worden ouder en zij zouden hun woning graag aanpassen aan de ouderdom en er zijn mensen die graag willen verhuizen. “En dan moet er gekeken worden of deze wens te verwezenlijken is in het dorp”, stelt Theo. Leo te Woerd stelt dat de meeste mensen in het dorp nu nog wel goed wonen. “Ik denk dat dat vooral komt omdat er niks op de markt is.” Wanneer er een interessante huurwoning vrijkomt in het dorp, moet je er als geïnteresseerde snel bij zijn, anders is de woning weg. Maar deze mensen zitten nog met een eigen huis. “Die raak je niet in een week kwijt.”

Woonplein
Theo Adema stelt dat er naar al deze aspecten gekeken moet worden als blijkt dat er mensen met wensen zijn. “Er moet gekeken worden of er wellicht een soort woningruil op gang kan komen in Beltrum.” Hij denkt dat het waardevol is voor het dorp om een soort Woonplein te creëren. Dat wanneer je een woonwens hebt, deze op een plek terechtkomt waar je naar toe kunt gaan om te kijken of er een huis is dat aan jouw wensen voldoet. “Dat mensen bij wijze van spreken ook van tevoren kunnen zeggen dat hun woning over een week op de markt komt en of er geïnteresseerden zijn vanuit het dorp om de woning te kopen”, blikt Theo vooruit op de plannen. Als je dat goed wilt aanpakken, moet je ergens beginnen met rouleren. Volgens Leo zou het daarom ook goed zijn om seniorenwoningen te bouwen, zodat je wat ruimte creëert op de woningmarkt. “En dan is het zaak om de jeugd te benaderen op het woonplein over de woningen van ouderen die te koop komen te staan. Een soort voorverkoop onder de Beltrummenaren.”

“Een voorverkoop op de woningmarkt onder de Beltrummenaren”

Maar dat is alweer een stapje verder dan dat ze nu in het proces zijn. Halverwege januari wordt de enquête onder de burgers van Beltrum uitgezet en is het de bedoeling dat zij deze binnen twee weken ingevuld retourneren. “De enquête moet de aanleiding zijn om met ‘de gewone burger’ van Beltrum in gesprek te gaan over hun concrete wensen”, legt Theo uit. Is er inderdaad een woningruil te realiseren in het dorp en is de bestaande woningvoorraad dan passend? Of moeten er senioren- of starterswoningen gerealiseerd worden in het dorp?

In eerste instantie is het dus niet de bedoeling dat er bijgebouwd gaat worden in Beltrum. De wethouder stelt echter dat het wel mogelijk is in het dorp. “Het maakt mij niet uit wat voor type woningen het worden, als de burgers van het dorp het in meerderheid eens zijn over de behoeften die er zijn met betrekking tot woningbouw, wil ik ervoor proberen te zorgen dat het gerealiseerd kan worden. De pilot moet uitwijzen wat er nodig is in het dorp”, constateert Patricia.

20161220_124654
De rooms-katholieke kerk in Beltrum

Toekomst
Lissa denkt dat er de komende vijf jaar in Beltrum nog voldoende vraag is naar woningen. “Daarna zal het naar alle waarschijnlijkheid afnemen, dat weten we nu al. Er is zoveel vergrijzing en de jongeren trekken weg uit het dorp.” Ze stelt dat er wellicht woningen in basisschool de Sterrenboog gebouwd zullen worden. Volgens haar moet je namelijk in tijdelijkheid denken. “Ik zou niet zeggen: ‘We moeten bijbouwen!’ Dan moet je over een paar jaar gaan slopen. “Het meest geschikte eindresultaat van de pilot zou volgens Lissa daarom ook een woningruil moeten zijn, zodat je bijbouwen vermijdt.

Leo denkt echter dat er uit de pilot naar voren zal komen dat er seniorenwoningen bijgebouwd moeten gaan worden. “Ouderenwoningen waarbij mensen onder één dak wonen, een gezamenlijke woonkamer hebben zodat ze met elkaar kunnen ontspannen en spelletjes kunnen spelen.” De gemeente zegt nu tegen de ouderen die behoefte hebben aan een ouderenwoning: Maak je woonruimte kleiner, maak je slaapkamer beneden zodat je niet meer elke keer naar boven hoeft. “Maar, daar wordt het huis niet kleiner van”, zegt Leo stellig.

“Het is bekend dat vijftig procent van de dorpsbewoners elders haar boodschappen doet, dat is te veel.”

Leo stelt dat de dorpelingen ook beter hun best moeten gaan doen voor het dorp zelf. In tegenstelling tot kernen als Haarlo en Geesteren heeft Beltrum veel voorzieningen. Het is de grootste kleine kern van de gemeente. ”Het is bekend dat vijftig procent van de dorpsbewoners haar boodschappen elders doet dan bij de supermarkt in het dorp. Dat is voor een supermarkt in een kleine kern gewoon te veel.” Leo stelt dat de Beltrummenaren aan hun eigen faciliteiten moeten denken. Als de supermarkt verloren zou gaan, wordt het sociale leven in Beltrum volgens hem minder. De leefbaarheid van het dorp wordt dan aangetast. “Want het is niet zo dat we met het pilot alleen maar bezig zijn met: Hoe kunnen we een huisjeswissel realiseren?” Er wordt ook gekeken hoe Beltrum beter geprofileerd kan worden, zodat het dorp voor de dorpelingen en buitenstaanders aantrekkelijker wordt. Lissa beaamt dat: “Ik zou echt geen advertenties gaan plaatsen: Ga allemaal in Beltrum wonen want het wonen is daar zo mooi! Echter kunnen we wel proberen om het dorp zo leuk en levendig mogelijk te houden.”

 

Advertisements
%d bloggers like this: