URB.

Wat beweegt mensen?

De strijd om de leerling

Hoe twee scholen in de sterkst krimpende regio van het land succesvol blijken

Krimp. In het Noordoosten van Groningen een groot probleem. Tot 2030 daalt de bevolking naar verwachting nog met 21%. Basisscholen hebben het er moeilijk mee. De klassen lopen leeg, het geld raakt op, met als gevolg dat veel basisscholen hun deuren moeten sluiten. Wat moet je doen om de krimp de baas te zijn? Twee basisscholen, in Delfzijl en Westerbroek, geven het voorbeeld.

Krimp in Nederland
Vervallen huizen, het onkruid tot aan de ramen. Schoolpleinen zonder speeltoestellen. Het centrum waar geen winkel meer te bekennen is. De leegloop in de 20 Nederlandse krimp- en anticipeerregio’s is een serieus probleem. In deze gebieden daalt de bevolking naar verwachting tot 2040 nog met 16%. Voorbeelden hiervan zijn Zuid-Limburg, Noordoost-Groningen en de Achterhoek.

Anticipeergebieden zijn gebieden waar op dit moment de bevolking nog niet daalt, maar waar de verwachting is dat ze in de toekomst wel zal gaan dalen. Denk hierbij aan Oost-Drenthe, de kop van Noord-Holland en Zuidoost-Friesland. Ter vergelijking: in de rest van het land groeit het aantal inwoners tot 2040 met ongeveer elf procent.

Er zijn verschillende gevolgen van krimp voor een woonplaats. De huizenprijzen dalen doordat er leegstand van woningen ontstaat, er wordt minder of geen nieuwbouw gebouwd en voorzieningen maken minder omzet en moeten daardoor sluiten. Dit kunnen zorg-, of sportvoorzieningen zijn, maar ook winkels en basisscholen.

Een voorbeeld voor een typische ‘krimpstad’, is het Noord-Groningse Delfzijl. Ondanks zijn vuurtoren, strand en haven, vormen het voor Delfzijl niet de ingrediënten om populair te zijn onder inwoners of toeristen. Het aantal inwoners van de stad daalt al vanaf 1990. De prognose van het CBS is dat dit tot 2030 nog met 40% afneemt. De titel van sterkst krimpende regio in het land mag Delfzijl daarmee op zich nemen. Dat de christelijke basisschool De Zaaier uit deze stad al jaren een stabiel aantal leerlingen heeft, is dan ook zeker bijzonder te noemen.

foto-haven
De haven in Delfzijl is één van de weinige plekken in de stad waar het – bijna – altijd druk is

Verdwijnen van voorzieningen
Delfzijl is een stad die sterk krimpt, maar de dorpen in de regio hebben het ook niet makkelijk. Precies tussen de N860 en de A7, ligt het Groningse dorp Westerbroek: een oase van rust. De Oudeweg als belangrijkste straat met aan beide kanten vooral vrijstaande huizen. Meer dan een kerk, school en dorpshuis heeft het dorp niet meer. Veel voorzieningen, zoals de supermarkt en de plaatselijk bank, zijn de laatste jaren uit het dorp verdwenen.

Uit gegevens van RTL Buurtfacts blijkt dat de dichtstbijzijnde bibliotheek en bioscoop ruim 7,5 kilometer verderop gelegen is voor de inwoners van het dorp. En is de melk op? Dan  moet je eerst nog bijna 7 kilometer rijden voordat je bij de supermarkt bent. Het is duidelijk, in  Westerbroek zijn de voorzieningen schaars. Extra bijzonder dus, dat de plaatselijke basisschool er nog wel is. En zal blijven.

Is de melk op? Dan moet je eerst nog bijna 7 kilometer rijden voordat je bij de supermarkt bent.

Basisscholen in de knel
In het schooljaar 2014-2015 moesten 128 basisscholen hun deuren sluiten, blijkt uit cijfers van het CBS. Er kwamen negen nieuwe scholen bij, wat gemiddeld genomen vrij laag is. Sinds 2011 ligt het aantal nieuwe basisscholen namelijk rond de tien tot vijftien.

Scholen verdwijnen met name in dorpen met minder dan vijfhonderd inwoners. Het AD kopte in maart 2016 ‘School verdwijnt uit dorpsgezicht’ waarin ze vermeldden dat van de ruim 2400 woonplaatsen in Nederland, er 630 plaatsen zijn die geen school meer hebben. Kinderen moeten daarnaast langer reizen voordat ze op school zijn: voorheen was dit 922 meter, tegenwoordig ligt dit al op ruim drie kilometer.

Twee jaar lang ging het voor de inwoners van Westerbroek erom spannen: mag de enige basisschool in het dorp openblijven, of niet? In het schooljaar 2011-2012 had de school nog 64 leerlingen, maar in het schooljaar 2015-2016 daalde dit aantal drastisch naar 45. Door inzet van actieve dorpsbewoners mag de school toch open blijven.

leerlingen-westerbroek

Het leerlingenaantal op de Jan Ligthartschool, Westerbroek

Ruim denken
De cijfers liegen er niet om. Scholen in krimpregio’s hebben het moeilijk. Hoe moet je als school daarop inspelen? Volgens Hanneke Oosting, eigenares van het onderwijskundig adviesbureau Edupos, is het belangrijk om een heldere visie te hebben als school. ‘’Weet waar je voor staat, wat je kunt en wat je wilt bereiken. Doe je dit niet, blijf je onopvallend. Daar komen ouders niet op af.’’

Hanneke was de afgelopen jaren betrokken bij het opzetten van een belangrijk transfercentrum om zo werkgelegenheid in het onderwijs in Noord-Nederland te waarborgen. Hier merkte ze dat er veel scholen zijn die zich teveel blijven richten op de eigen omgeving. ‘’Ik kan begrijpen dat je het als dorpsschool niet direct aanlokkelijk vindt klinken om kinderen aan te trekken uit omliggende streken, maar het is erg belangrijk om je hier juist wel op te richten. Er is niks mis met het zijn van een regionale school.’’ Volgens Hanneke kun je dit doen door de positieve kanten van de school proberen zoveel mogelijk te belichten, bijvoorbeeld in de media. Zo bereik je de meeste mensen, ook in de omliggende gebieden.

Vernieuwing
Er zijn ook scholen in Nederland die het over een hele andere boeg gooien en bijvoorbeeld veranderen in een Steve Job School, waar het onderwijs door middel van iPads gegeven wordt en het kind een grote zelfstandigheid heeft. Op dit moment zijn er 29 van deze scholen in Nederland. Toch bleek in oktober 2016 dat dit geen gegarandeerd succes betekent.  Uit onderzoek van Het Onderwijsblad, een uitgave van de Algemene Onderwijsbond (AOb), bleek dat van deze Steve Job Scholen een deel nog steeds niet met iPads werkt, met name door de hoge kosten. Een derde twijfelt zelfs of ze hier in de toekomst mee verder gaan.

Volgens Hanneke Oosting is het omgooien van je onderwijsmethode naar zoiets vergelijkbaars ook niet vaak de oplossing. ‘’Je moet ook rekening houden met je omgeving. Ben je als school gevestigd in een traditioneel dorp, dan zitten de inwoners daar vaak niet op te wachten en willen ze liever traditioneel onderwijs.’’

Strijd om de dorpsschool
Manou de Vries en Carla Dieterman zijn inwoners van Westerbroek en hebben zich hard ingezet om de Jan Ligthartschool in het dorp te behouden. In december 2014 werd er in het dorp een bijeenkomst georganiseerd, waarin ze verteld werd dat de gemeente besloten had om alle scholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten, en daarmee ook de plaatselijke dorpsschool. Manou en Carla richtten in verzet hiertegen met dorpsgenoten de organisatie Maakbaar Westerbroek op. Dorpelingen met het hart voor de school. In eerste instantie is het dorp net zoals ieder ander, maar toch maakt het verenigingsleven het dorp extra bijzonder. Met ruim 45 verenigingen laat het zien dat de mensen hier erg actief meedoen. Zo ook aan het proces om de school te behouden.

Invloed
Met de leden van deze organisatie spraken ze regelmatig in bij de gemeenteraad en gingen alle fracties bij langs. Ze hadden veel invloed. ‘’De scholen in de gemeente Hoogezand-Sappemeer zijn in handen van de gemeente en hebben een gemeentelijk schoolbestuur. Hierdoor hadden we veel invloed via de politieke partijen’’, vertelt Carla.

‘’Door veel vragen te stellen, kwamen we erachter dat het lumpsum met de kleinescholentoeslag best wel goed te bereiken was’’, licht Carla toe. Het lumpsum in het basisonderwijs is een hoeveelheid geld in relatie tot het aantal leerlingen.  ‘’Daarbij, waarom zouden ze onze school moeten sluiten, terwijl er in de kern van de gemeente meerdere scholen dichtbij elkaar zitten. Dan moeten die kinderen daar maar in plaats van 100 meter, 500 meter lopen. De school hier heeft heel veel waarde voor het dorp.’’

Onzekerheid
Twee jaar lang heerste er onzekerheid in het dorp over de toekomst van de school. Dat roept angst op. ‘’In ieder geval tien kinderen zijn er vanaf gegaan, omdat de ouders liever zeker wilden zijn van het  toekomstperspectief. Zelf twijfelde ik ook, mijn kind zat in groep 7 tijdens deze periode. Zijn laatste schooljaar moeten doen op een andere basisschool? Dat leek me ook geen oplossing. Daarom heb ik hem hier gehouden en ben ik me nog meer gaan inzetten voor het behoud’’, vertelt Carla.

In onderstaand audiofragment vertellen Carla en Manou meer over de onzekere periode over het bestaan van de basisschool en over de eventuele afwegingen die gemaakt moesten worden.

Op dit moment heeft de school nog 33 leerlingen. Een sterke daling, maar dit komt vooral door de slechte berichtgeving. ‘’Krimp is hier een gevaarlijk woord. De school heeft al zijn hele geschiedenis tussen de 60 en 80 leerlingen. We denken dit ook wel weer te gaan halen, de eerste aanmeldingen zijn alweer binnen. Dit komt doordat het nu zeker is dat de school open mag blijven, in ieder geval voor de komende vijftien jaar. ‘’

Hulp van de VZD
De school mag dus open blijven, mede door de inzet van de Vereniging Zelfstandige Dorpsscholen. De VZD is een organisatie die zich inzet om de laatste school in een dorp te behouden. De school in Westerbroek is het eerste behaalde succes van de in 2015 opgerichte organisatie. In augustus 2017 is het de bedoeling dat de VZD het bestuur vormt van de Jan Ligthartschool. Vanaf dat moment worden de dorpsbewoners van Westerbroek actief bij de school betrokken. De school is dan in plaats van in handen van de gemeente, in handen van het dorp.

 Vicevoorzitter Cees van Mourik hoopt dat er nog vele scholen mogen volgen.  ‘’Het is misdadig te noemen als een kind van vier naar een school moet in een dorp vijf kilometer verderop. Een kind moet gewoon in zijn eigen omgeving onderwijs kunnen volgen, met zijn eigen vriendjes om zich heen.’’

In de praktijk kunnen ouders, docenten en dorpsgenoten met het bestuur van de VZD in gesprek gaan. Als dit goed verloopt, is de school verzelfstandigt en in handen van het dorp. Het bestuur is dan in handen van de VZD, de overkoepelende partij. Als je als school geïnteresseerd bent hierin, moet er wel eerst een businesscase geschreven worden. Voor de school in Westerbroek moet deze in mei klaar zijn. Carla en Manou zijn hierbij ook direct betrokken. ‘’In dit statuut, dat wij met leerkrachten, ouders en dorpsbewoners schrijven, moet alles vastgelegd zijn over de organisatie. Belangrijk is dat de inwoners zeer nauw betrokken worden bij de school. We moeten dus echt vastleggen wie wanneer welke klusjes of taken op zich neemt. Denk hierbij aan het helpen bij activiteiten, een gastcollege geven of schoonmaken. Het concept moet ook uniek zijn, zodat er later eventueel andere scholen zich hierbij kunnen aansluiten.’’

De bewoners van Westerbroek zijn blij. Krimp, dat woord past volgens de bewoners niet bij het dorp, maar de leerlingendaling die zich desondanks snel voortzette, zal naar alle waarschijnlijkheid stagneren of zelfs stijgen.

vastleggen-in-volledig-scherm-13-1-2017-155508-bmp
Een oase van rust, Westerbroek

Groei
Aan de buitenkant is basisschool De Zaaier in Delfzijl net zoals iedere andere school. Een schoolplein met enkele speeltoestellen, op de ramen vrolijke tekeningen geplakt en tientallen fietsen in het rek. Loop je de school binnen, ook dan merk je nog niet heel veel bijzonders. Toch wordt op deze school anders lesgegeven dan op de meeste scholen. De helft van de leerlingen is namelijk hoogbegaafd en krijgt daarom op een andere manier les. Ook staat op deze ‘dynamische vooruitstrevende school’, zoals ze op de website omschrijven, projectonderwijs centraal. Dit betekent dat ze aan de hand van thema’s lesgeven. Op zoek gaan naar talent, dat is het doel.  Er wordt hiervoor ook veel gebruik gemaakt van ICT. De vraag is, hoe zit dat in de praktijk?

‘’Delfzijl krimpt, dat is bekend. Wij merken hier alleen niet zoveel van. Onze school heeft een regiofunctie; we richten ons op de regio binnen een straal van 30 kilometer. De helft van onze groepen zijn hoogbegaafd, de andere helft niet. En vooral de groep van hoogbegaafden komen vaak van buitenaf’’, legt directeur Koen van Gerven uit.

Sinds acht jaar is De Zaaier zich gaan richten op het lesgeven voor hoogbegaafde kinderen. ‘’Bij regulier onderwijs komen hoogbegaafden vaak belemmeringen tegen. Wij leren ze hier eigenlijk weer om te leren, zodat ze hun volledige kennis kunnen benutten.’’ Het onderwijs voor deze groep kinderen is breder en diepgaander. De leerkrachten worden hiervoor ook begeleid en ondersteund.

Met haar 128 leerlingen is de Zaaier al jaren stabiel, terwijl omliggende scholen vaak minder leerlingen hebben of dalen. Volgens de directeur komt dit ook doordat de organisatie anders is ingedeeld. ‘’Bij ons staat de leerling bovenaan, daaronder de leerkracht en dan pas kom ik. De leerkracht weet als eerste wat de behoeftes zijn van de leerlingen. De professionaliteit van de leerkracht staat centraal en ik moet als directeur het zo organiseren dat de leerkracht aan die onderwijsbehoeften kan voldoen.’’

leerlingen-delfzijl

Het leerlingenaantal van CBS De Zaaier, Delfzijl


Op zoek naar het talent
Talentontwikkeling is een belangrijke pijler voor deze school. Dit is alleen een vrij abstract begrip. De directeur vertelt met een voorbeeld hoe dit er in de praktijk uitziet. ‘’In het verleden hadden wij een leerling die was overgestapt vanuit een andere school. Toen ik met hem in gesprek was, zei die gelijk: ‘’oh, spelling is trouwens echt niet mijn ding, dat kan ik niet en ga ik nooit kunnen.’’ Deze jongen was hier inderdaad niet goed in. De jongen legde uit dat hij op zijn vorige school bijles hiervoor kreeg. Maar dan wel onder zijn favoriete les, namelijk aardrijkskunde. Toen hij hier op school kwam, kreeg hij dezelfde hoeveelheid spelling als de rest. We werken hier alleen ook veel met projecten. Op een gegeven moment hadden wij een moestuintje, die zijn klas onderhield. De jongen zat helemaal in zijn rol als ‘manager’ en de klas ging zelfs vergaderen over de inkomsten. Op een middag kwam een ouder na school de kraam in, waar de producten werden verkocht. De jongen was hier nog bezig. De ouder wilde een bestelling plaatsen. En wat denk je? De jongen schreef de complete bestelling foutloos op. Dit laat naar mijn mening zien: het talent ontwikkelt zich zodra de leerling op zijn gemak is en zelfvertrouwen heeft. Ik liet de leerkracht volledig los en zo zie je waar dit terecht kan komen.’’

”De jongen schreef zonder taalfouten het complete wensenlijstje van de klant op. Dan denk ik, als trotse directeur: kijk, dit is waar De Zaaier nou voor staat.”

Aardbevingsproblematiek
Krimp is een groot probleem in de regio, maar de directeur legt vooral de nadruk op een ander probleem; de aardbevingsproblematiek. Toch is hier creatief over nagedacht. ‘’Dit schoolgebouw is beschadigd geraakt door de gaswinning hier in de regio. Elke school die ditzelfde probleem heeft, heeft een bedrag gekregen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij om het gebouw weer te laten voldoen aan de veiligheidsvoorwaarden. Wij kiezen er alleen voor om dit geld te steken in nieuwbouw. Het plan is namelijk om over twee jaar te gaan fuseren met een andere school in een compleet nieuw gebouw.’’

Lachend vertelt de directeur erachteraan: ‘’Moet je nagaan, staan in deze hoek van het land over een jaar of twee de meest moderne scholen!’’ Niet alleen De Zaaier doet het namelijk op deze manier, er zijn meer scholen die het zo aanpakken. De gemeente wil dat alle scholen in de regio in groepjes op één plek komen, als integraal kindcentrum waar alle voorzieningen voor kinderen samenkomen. Op dit moment zijn er zeven losse scholen in deze buurt, die gaan grotendeels fuseren en vormen dan kindcentra.

In onderstaand audiofragment geeft Koen van Gerven zijn mening over de manier hoe je je zou moeten profileren als basisschool in een krimpregio.

Sterk profileren
Veel scholen in de dorpen rondom Delfzijl zijn omgevallen in verband met de krimp. In de stad Delfzijl is dit minder aan de orde, er waren hooguit een aantal fusies. Volgens Van Gerven is het in tijden rond krimp vooral belangrijk om je sterk te profileren. ‘’Ik vind dat je best een gewaagde visie mag hebben als school. Heb je een bepaald profiel, draag dat dan uit aan ouders. Ouders gaan vaak op bezoek bij verschillende scholen, maar als je een vage visie heb, word je vergeten. Ze moeten juist weten wat voor school je bent, zodat ouders daar bewust voor kiezen. ‘’

Optimisme
Delfzijl en Westerbroek zijn totaal verschillend. In Delfzijl rijden vrachtwagens af en aan vanuit de haven, wordt het centrum drukbezocht en zijn er veel voorzieningen. In Westerbroek is het rustig, staan er een aantal boekenhuisjes langs de weg en is het vooral groen. Wat ze delen, is het gelegen zijn in de zwaarst krimpende regio van het land.

Succes behalen in tijde van krimp is voor veel scholen lastig, zo laten de cijfers zien. Toch zijn dit twee succesverhalen. Krimp tegengaan kun je niet, krimp begeleiden wel. De één door zich als dorpsgenoten te verenigen en zo te strijden voor de eeuwenoude school, de ander door zich sterk te profileren en in te zetten op moderne lesmethodes en nieuwe technologieën.

De feiten op een rij.

 

%d bloggers like this: