URB.

Wat beweegt mensen?

Het beruchte woonparadijs

Waarom is Almere niet aantrekkelijk voor hoger opgeleiden?

En wat kan de gemeente van Almere doen om dit te veranderen?

“Het kiezen voor een woonplaats is als het kiezen voor een bank. Die kies je niet, maar krijg je mee van de ouders. Hebben zij al jaren een spaarrekening bij de Rabobank, dan heb jij die vanaf nu ook. Je moet wel een verdomd goede reden hebben om vervolgens van bank te wisselen en bij een woonplaats is dit net zo.”

jeffrey
Jeffrey van den Dungen Bille                         (foto: Mona Alikhah)

Jeffrey van den Dungen Bille (29) wordt geboren in de Nederlandse hoofdstad en groeit op in Almere nadat zijn ouders, zijn broer Mitchell en hij voor het werk van zijn vader een paar jaar in Brussel hebben gewoond. Bij thuiskomst gaat het gezin op zoek naar een mooie gezinswoning in ‘hun’ Amsterdam. Hier zien ze echter snel weer vanaf vanwege de torenhoge huizenprijzen en zo komen de vier terecht in het nabijgelegen, rustige en groene Almere.

De jonge Jeffrey is iedere dag buiten te vinden. “Ik was gek op voetballen en had dan ook altijd een bal bij me, waar ik ook heen ging. Ik was het jongetje dat in de middagpauze naar huis racete om binnen een kwartiertje een broodje naar binnen te stouwen om vervolgens weer terug naar school te gaan om daar de rest van de pauze op het plein te voetballen.” Voor hij het zelf goed en wel in de gaten heeft, zit hij met een rugtas vol boeken op de fiets richting de middelbare school en ook voor zijn studie hoeft hij de stad niet uit. Jeffrey heeft het geluk dat een locatie van de Hogeschool van Amsterdam zich in Almere gevestigd heeft.

Het studeren gaat Jeffrey goed af en wanneer hij na zijn studie op zoek gaat naar zijn eigen plekje, zoekt hij naar een leuk huis in Almere. In Almere blijven is een vanzelfsprekende keuze. De koopprijzen liggen er laag en hij heeft al zijn sociale contacten op fietsafstand. Sinds augustus woont hij met zijn vrouw Loes en parkietje Pino in een modern twee-onder-een-kapwoning in Almere Poort, een stadsdeel het Zuidwesten van de stad, bijna tegen het Gooi aangeplakt.

 “Als Almeerder in Amsterdam zijn we net een stel Nederlanders dat elkaar tegenkomt op een Franse camping”

Werk als ‘user experience designer’ kon Jeffrey in Almere niet vinden en dus stapt hij iedere dag om 7:30 uur in de auto richting Amsterdam Sloterdijk. Daar werkt hij bij een bedrijf genaamd Clockwork, waar websites en applicaties worden ontwikkeld en Jeffrey vooral bezig is met het oplossen van vraagstukken over gebruikerservaringen. Hij houdt van zijn werk want hij kan er zijn creativiteit in kwijt, maar als Almeerder valt hij op zijn werk soms een beetje buiten de boot. En daarin is hij niet alleen. “Ik en een paar collega’s die ook uit Almere komen, zijn een beetje als een stel Nederlanders die elkaar tegenkomt op een Franse camping en, doordat ze Nederlander zijn, veel met elkaar optrekken.”

De clichés over zijn toch wel geliefde woonplaats vliegen hem dagelijks om de oren. “Ben je Almere nu nog niet zat?”, “dat je het daar uithoudt”, “wanneer ga je nu eens verhuizen naar een échte stad?” en ga zo nog maar even door. Maar ook na zessen is hij niet veilig voor de zo bekende platitudes. Op iedere verjaardag is het weer hetzelfde liedje. Dat hij iedere keer zijn stad moet verdedigen, terwijl hij er zelf prima woont. Een beetje moe wordt hij er wel van.

De Gemeente Almere voert dezelfde strijd. Al jarenlang zet zij zich in door zich te bewijzen tegenover de grote boze buitenwereld, maar het mag nog niet baten. Hoger opgeleiden blijven het liefst zo ver mogelijk bij de stad uit de buurt. Dit is duidelijk terug te zien in de cijfers; in Almere is 25 procent van de bevolking hoger opgeleid. Dit ligt onder het Nederlandse gemiddelde van 29 procent en al helemaal onder de maat als we dit aantal vergelijken met hoger opgeleidenmagneet Utrecht, waar de helft van de inwoners een hogere opleiding heeft afgerond.

Wat denken de mensen in Utrecht eigenlijk over Almere?

Het lage aantal hoger opgeleiden in Almere, lijkt op het eerste gezicht slechts een opvallend feitje. Maar het is meer. Hoger opgeleiden zijn namelijk niet alleen belangrijk voor een stad omdat ze meer te besteden hebben en dus draagvlak vormen voor voorzieningen. Ze dragen ook voor een groot deel bij aan de ontwikkeling van een stad. Op plekken waar veel hoger opgeleiden wonen, kan kennis makkelijk worden uitgewisseld. Dit zorgt ervoor dat een stad verder kan groeien en omdat de aanwezigheid van hoger opgeleiden een stad weer aantrekkelijker maakt voor andere hoger opgeleiden (mensen zoeken immers graag hun ‘eigen soort’ op), is hier sprake van een zelfversterkend proces. Dit kan garantie voor succes betekenen, maar als hoger opgeleiden juist wegtrekken uit een bepaald gebied, ook een ‘recipe for desaster’.

Wat betreft Almere lijkt er sprake te zijn van dat laatste. Maar wat zorgt er dan precies voor dat hoger opgeleiden het liefst zo ver mogelijk bij Almere vandaan blijven? De oorzaak voor het verschijnsel ligt waarschijnlijk in het feit dat Almere (op dit moment) niet voldoet aan drie belangrijke eisen die hoger opgeleiden stellen aan steden voordat ze een stad ‘aantrekkelijk’ noemen.

  • Historie
    Op dit gebied kan Almere het niet opnemen tegen vele andere grote steden in Nederland, simpelweg doordat de stad nog nieuw is. Almere heeft geen smalle straatjes en ranke grachtenpanden met sierlijke geveltjes. Almere heeft nieuwbouwwoningen en dat vinden veel mensen lelijk en sfeerloos.
  • Werkgelegenheid
    De werkgelegenheid in Almere ligt veelal onder het niveau van hoger opgeleiden. Hierdoor wordt deze groep gedwongen buiten de stad te werken en komen ze al snel uit bij de Randstad, die hen op dit gebied meer te bieden heeft.
  • Voorzieningen
    Almere is de laatste jaren zo hard gegroeid, dat het aanbod van culturele voorzieningen is achtergebleven bij het aantal inwoners. Almere heeft een bioscoop, een theater en musea, maar lang niet zoveel als in andere grote steden met als gevolg dat het idee ontstaat dat er in Almere ‘niks te doen’ is.

“Almere is getekend door een serie mislukkingen”

Volgens stedenbouwkundige Gerard Hellinga, die overigens zelf ook in Almere woont, is Almere hiernaast getekend door een aantal mislukte projecten. Toen Almere net bestond, was er aan plannen voor de nieuwe stad geen gebrek. Aan geld overigens ook niet, want ze werd ruim gesubsidieerd door het Rijk. Waar het Almere wel aan ontbrak, was bestuurlijk talent. Niemand die onderzocht of er wel behoefte was aan een groot sportpaleis of een ijsbaan. Als het idee er was, kwam het er gewoon. Op het eerste gezicht leek er niks mis te zijn, tot rond het jaar 2000 de subsidies werden stopgezet. Toen stortten veel projecten als kaartenhuizen in elkaar.

Voorbeelden van achteraf gezien te ambitieuze en ondoordachte projecten van Almere zijn ‘Icedôme’, dat het Thialf van Almere had moeten worden, maar door gebrek aan investeerders van de baan werd geveegd, topsportproject Omniworld, dat flopte doordat de volleybalclub (2008) als de basketbalclub (2007) failliet gingen nadat de gemeente de clubs geen subsidie meer gaf en het kasteel van Almere waarvan iedereen zich tot op de dag van vandaag nog steeds afvraagt wat het doel er eigenlijk van is. “Deze mislukkingen hebben tot gevolg dat Almeerders steeds minder trots worden op hun stad en dit ook gaan uitstralen, met weer meer vooroordelen van buitenaf als gevolg.

Volgens stadspsycholoog Sander van der Ham wordt Almere snel als lelijk bestempeld, omdat de plek negatieve gevoelens oproept bij zowel haar inwoners als bezoekers. In een klein koffiehuisje in de Stopera, een van de stadhuizen van Amsterdam gelegen aan de Amstel waar je ook opera- en balletvoorstellingen kunt bekijken, vertelt Van der Ham wat zijn werk nu precies inhoudt. “Als stadspsycholoog onderzoek ik hoe mensen zich voelen bij een bepaalde plek. Nu ben ik geen expert op het gebied van Almere, maar ik ben er een aantal keer geweest en wanneer ik aankom op het centraal station, lopen de rillingen meteen over mijn rug. Die plek voelt zo koud en kil. Wanneer ik daar ben, krijg ik het gevoel alsof die plek van niemand is. Alsof niemand ook maar de moeite heeft genomen er wat van te maken.”

Jeffrey heeft daar helemaal geen last van. In zijn vrije uurtjes is hij graag buiten en doet hij aan hardlopen. Meestal rent hij een rondje van het park naast zijn huis naar de bosrand tot het spoor en weer terug. Sport hij niet, dan gaan hij en zijn vrouw graag langs bij vrienden die in de buurt wonen en ze als hun familie zien. Voor Jeffrey voelt Almere niet als koud en kil maar ruim en rustig. En juist die rust is wat hij zo waardeert. “Als ik behoefte heb aan meer drukte, dan zoek ik die wel op.”

Als Almere in 2008 de verkiezing van de Volkskrant voor de ‘lelijkste plek van Nederland’ wint, lijkt voor de gemeente de maat vol. Gemeente Almere komt met een structuurvisie Almere 2.0 waarin precies wordt beschreven wat er moet gebeuren om van Almere een stad te maken die niet alleen ‘goed genoeg’ is voor lager opgeleide gezinnen, maar ook aantrekkelijk voor hoger opgeleiden en jongeren. De bevolkingssamenstelling van de stad moet diverser worden, maar daarvoor moet wel het een en ander veranderen in de stad. Zo moet er een diverser aanbod van woningen komen; grote, vrijstaande huizen aan het water en in het bos om hoger opgeleiden aan te trekken, maar ook studentenkamers in het centrum om meer jongeren aan de stad te binden. Ook moeten de voorzieningen in de regio toegankelijker worden en problemen in de stad, zoals verloedering en het toenemende onveiligheidsgevoel, worden opgelost. Het liefst nog preventief.

De man achter deze plannen is programmadirecteur Boris Buffing. Trots vertelt hij dat er in de afgelopen jaar al heel wat verbeterd is in de stad. Zo zijn er sinds 2009 twee hogescholen bijgekomen die niet alleen Almeerse jongeren in de stad houden, maar ook jongeren van buitenaf aantrekken en wordt er hard gewerkt aan het bouwen van woningen voor een hoger opgeleid publiek. Zo wordt er in het zuiden van de stad een compleet duinlandschap gebouwd en in het oosten de wijk Oosterwold met volledig duurzame woningen. De huizen in Oosterwold zijn zo milieubewust als maar kan; aluminium wanden voor perfecte isolatie, zonnepanelen op het dak, aangesloten op een individueel waterfilteringssysteem en een warmtewisselaar die ’s winters warmte onttrekt uit de bodem en ’s zomers koude lucht naar binnen blaast. Volgens Buffing trekken woningen als deze in Oosterwold een bepaald soort mens aan, en dan met name hoger opgeleiden. “Want ja, je moet er maar zin in hebben”.

De programmadirecteur vertelt dat er enthousiast gereageerd wordt op zowel de duinwoningen als de duurzame woningen in Oosterwold en dat de stad ook zeker op experimentele manieren van wonen wil blijven inzetten. “Minstens ieder jaar willen we aan de slag gaan met een nieuw project”, vervolgt hij. “Zo gaan we volgend jaar van start met een ‘tiny houses’-project waarbij vijfentwintig van die huisjes worden gebouwd. Maar wie weet worden het er wel meer, mocht het succesvol zijn.”

“Werkgelegenheid kun je niet bouwen. Maar je kunt wel condities scheppen die aantrekkelijk zijn voor ondernemers”

Naast het ontdekken en realiseren van experimentele manieren van wonen, is Almere ook druk met het maken van een inhaalslag op het gebied van culturele voorzieningen. “Met de bouw van de Schouwburg in 2006 is dit verbeterd, maar voor een grote stad als deze, is het aanbod nog steeds karig”, oordeelt Boris. Ook vertelt hij dat Almere in de komende jaren meer werkgelegenheid op niveau wil creëren voor hoger opgeleiden. “Werkgelegenheid kun je helaas niet bouwen, maar je kunt wel condities scheppen waardoor het aantrekkelijker wordt voor bedrijven om zich in Almere te vestigen.”

“Bedrijven zitten altijd vast aan protocollen en regeltjes waardoor ze hun productieproces niet zo kunnen inrichten zoals zij dat zouden willen en als stad zouden wij kunnen kijken naar manieren om deze regels voor bepaalde bedrijven te versoepelen. Zo hopen wij in de toekomst op deze manier wat te kunnen betekenen voor duurzame bedrijven, bedrijven die de ecologische voetafdruk willen verkleinen. Deze sector is nog vrij nieuw in Nederland en trekt ook weer een bepaald soort mensen aan. En, als zo’n bedrijf succesvol wordt, heeft dit een spin-off effect op de hele stad.” Het klinkt allemaal veelbelovend en als in de toekomst net zo veel bereikt wordt als in de afgelopen zes jaar, dan moet het toch helemaal goed komen met Almere?

Dat denkt ook Jeffrey, maar wanneer hij een paar dagen later weer zijn woonplaats verdedigt tegenover een collega, lijken zijn nieuwe argumenten niet aan te slaan. Het maakt niet uit wat hij zegt, want een trotse Amsterdammers ervan overtuigen dat een nieuwe stad ook mooi kan zijn, is zo goed als onmogelijk. Ook Almere zelf lijkt de buitenwereld niet te kunnen overtuigen aan de hand van de tot zover geboekte successen. In 2014 gooit de gemeente er een nieuwe campagne tegenaan genaamd ‘Almere houdt van jou’ die zo’n 1,1 miljoen euro kost. Het nieuwe motto moet het imago van de stad in Nederland verbeteren, maar al snel volgt veel kritiek voornamelijk van collegepartijen CDA en de PvdA die vinden dat de campagne beter had moeten benadrukken dat mensen in Almere ‘de ruimte krijgen’.

“Ik vind het ook een stomme campagne”, zegt Jeffrey zuchtend. “Alsof een groep mensen die wegtrekt uit Almere wanhopig wordt nageroepen door iemand die de tranen over zijn wangen heeft lopen: ‘Kom terug’, roept hij. ‘Almere houdt van jou!’. Nee.”

Oke. Niet zo’n nieuwe campagne dan. Maar wat zou de gemeente dan kunnen doen om de stad aantrekkelijker te maken? Op een koude vrijdagmiddag komt een panel van drie hoger opgeleiden, met alle drie een andere link met Almere, samen in een leeg lokaal op de achtste verdieping van Hogeschool Windesheim Flevoland om hier met elkaar over te discussiëren.

img_20170114_094300_resized
Van links naar rechts: Bas, Sanne en Rasha
    • Bas den Herder is docent communicatie op Hogeschool Windesheim in Almere. Hij woont niet in Almere, maar is er vanwege zijn werk wel bijna iedere dag te vinden.
  • Sanne Maarsingh studeerde af aan Windesheim in Almere en kreeg snel hierna een baan bij online-marketingbedrijf Traffic Builders, ook in Almere. Ze woont samen met haar vriend in Lelystad.
  • Rasha van Riet-Langhenkel was als kind een van de eerste bewoners van Almere. Nog steeds woont ze er met veel plezier en runt ze er haar eigen restaurant.

Rasha, Sanne en Bas discussiëren ruim anderhalf uur over de sterke en minder sterke punten van Almere. En dat is nog kort, vindt Rasha, want over dit onderwerp kunnen ze nog wel drie dagen doorpraten. Alle drie zijn van mening dat Almere veel te bieden heeft, maar ook nog een grote inhaalslag moet maken om even aantrekkelijk te worden als andere grote steden in Nederland. Aan het einde van de bijeenkomst worden de punten waarop Almere zich volgens ons panel op zou kunnen verbeteren, op een rijtje gezet:

  • Omdat Almere breed is opgezet, voelt de stad ongezellig en afstandelijk aan. Door smalle, kronkelige straatjes aan te leggen, net als in Amsterdam en Utrecht, voelt een stad al snel gezelliger.
  • Doordat Almere meerdere centra heeft, valt het gevoel van ‘samenkomen in de binnenstad’ weg. Deze extra centra moeten verkleind worden of zelfs weggehaald, zodat mensen als het ware ‘gedwongen’ worden naar het centrum te gaan. Zo wordt het daar drukker, levendiger en gezelliger.
  • Er moeten meer voorzieningen komen voor jongeren, zodat er een Almeers nachtleven ontstaat. Dit maakt de stad ook aantrekkelijker voor jongeren van buitenaf.
  • Net als andere steden moet Almere een of meerdere trekpleisters hebben die mensen vanuit het hele land naar Almere moeten trekken. De enige trekpleister die Almere nu heeft, is de Primark.
  • De eerste indruk van de stad voor bezoekers moet beter worden. Het eerste wat zij nu zien als ze aankomen met de trein, is een oud, kaal station met lelijke, oude huizen eromheen. Pas als bezoekers verder de stad in lopen, zien ze hoe de stad ‘echt’ is. Door het uiterlijk van het centraal station te verbeteren, kan deze eerste indruk al een stuk beter worden.
  • Almere moet zich anders profileren. Niet als een stad ‘die van jou houdt’, maar als een gebied met veel groen en vooruitstrevende architectuur. Dit geeft een veel beter beeld van hoe Almere echt is.

Beluister hier de hele discussie:

In de middagpauze gaan Jeffrey en zijn collega’s graag even naar buiten om te voetballen. Even het hoofd leegmaken. Het gaat lekker, tot Jeffrey per ongeluk de bal tegen een van zijn collega’s aanknalt. “Die Almeerders ook altijd”, lacht de jongen. Jeffrey lacht mee, maar gaat ondertussen in zijn hoofd alle reacties af die hij op deze grap zou kunnen geven die Almere er weer positief uit laten komen. Maar dan realiseert hij zich dat dat helemaal niet hoeft. Hij kan ook gewoon de bal terugkaatsen. “Oh, want die mensen uit Purmerend, die zijn het natuurlijk helemaal!”, roept hij lachend in afwachting op de bal.

“Alsof Almere in de huid is gekropen van kuikentje Calimero: ‘Jij bent groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk!”

Voortaan verdedigt Jeffrey zijn stad niet meer. Hij lost er immers niks mee op en zelf woont hij er fijn. Dus waarom zou hij zich druk maken over wat anderen over zijn stad denken? Op de bekende opmerkingen over Almere reageert hij nu óf sarcastisch óf hij stelt de persoon van wie de opmerking komt de vraag hoe duur en klein zijn huis in de Randstad ook al weer was. Volgens Jeffrey zou de gemeente dit ook moeten doen. “Hun huidige tactiek doet me denken aan die bekende uitspraak van kuikentje Calimero: ‘Jij bent groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk!’. Almere blijft dit maar roepen tegen Amsterdam, hoe groot het ook wordt en hoeveel mensen er ook naartoe verhuizen. In plaats van alle energie te stoppen in groeien, zou de gemeente beter kunnen werken aan die punten waarop Almere zich volgens haar bewoners nog flink kan verbeteren.”

Om erachter te komen welke dat precies zijn, deden wij een klein onderzoekje onder twintig Almeerders. Zij beoordeelden hun stad op zeven factoren die steden tot aantrekkelijke steden maken.

spin

We zien dat vooral de aanwezigheid van werkgelegenheid op niveau nog flink verbeterd kan worden en dat Almeerders vinden dat de geschiedenis van Almere wel wat duidelijker terug zou mogen komen in de stad. Wellicht dat de gemeente hier wat mee kan. Want die is nog lang niet klaar met de nieuwe stad. Almere gaat door. Net zo lang tot iedereen weet dat het kán. In Almere.

Jeffrey en zijn vrouw blijven sowieso de komende tien, twintig jaar in hun nieuwe huis in Poort wonen. “We hebben veel in dit huis geïnvesteerd en we zijn er gelukkig. Ik zie ons hier dan ook niet snel weggaan. De enige manier waarop dat zou kunnen gebeuren is als ik een mooie kans krijg in het buitenland. Misschien dat ik dan de stap waag.”

%d bloggers like this: