URB.

Wat beweegt mensen?

Te arm voor een kamer?

trouwartikel

Studenten in Enschede gaan steeds minder op kamers.

Waar komt dit door en hoe erg is het nou echt?

In 2015 ging 70 procent van de eerstejaars studenten op kamers in Enschede. In 2016 was dat nog maar 31 procent. Dat blijkt uit cijfers van onderzoekinstituut Kences. De daling zou komen door het leenstelsel. Althans, dat is wat verschillende media melden. Logischerwijs zou dit enorme gevolgen moeten hebben voor studentenhuisvesters en voor het sociale leven van studenten zelf, maar dat is niet zo.

Landelijk ging in studiejaar 2014/2015 28 procent van de eerstejaarsstudenten op kamers. Het studiejaar er na, studiejaar 2015/2016 ging nog maar dertien procent van de eerstejaars studenten wonen in de stad waar ze studeerden. Het CBS bevestigt dit.grafiek-uitwonenden ‘Tussen juli en oktober zijn er 15 procent minder jongeren verhuisd dan in dezelfde periode in 2014’, staat in het rapport ‘Minder jongeren verhuisd naar universiteitssteden’ van december 2015.

Maar hoe erg is dit nu echt?

In Enschede zijn de kamers het goedkoopst van heel Nederland, blijkt uit een onderzoek van kamerwebsite Kamernet.nl. Studenten betalen in Enschede gemiddeld 290 euro per maand voor een kamer, wat iets meer is dan de helft van een kamerprijs in Amsterdam. In Amsterdam kosten kamers gemiddeld 529 euro per maand en Amsterdam is dan ook de duurste studentenstad. Daar komt nog eens bij dat de Landelijke Studenten Vakbond LSVb een onderzoek heeft gedaan naar wat studenten betalen voor hun kamer. Daaruit bleek dat Enschede de enige studentenstad is waar de meerderheid van de kamers voldoet aan de norm die gesteld is voor kamerprijzen.

nibud
Bron: Nibud Studentenonderzoek 2015

Uit het Studentenonderzoek 2015 van het Nibud blijkt dat studenten gemiddeld 768 euro per maand te besteden hadden in 2015. Daaronder vallen inkomsten uit zorgtoeslag en een lening bij DUO. Studenten zijn dus eigenlijk niet te arm voor een kamer, maar schijnen wel aanzienlijk minder op kamers te gaan.

sjht-logoStichting Jongeren Huisvesting Twente
Stichting Jongeren Huisvesting Twente heeft wel e
en verklaring voor de cijfers van het Kences, waarin naar voren komt dat studenten minder op kamers gaan in Enschede. “Wat wij heel erg tegenkomen is dat als er iets geldt voor Nederland, dat het niet geldt voor Twente”, zegt Pauline Adriaansens van de Stichting Jongeren Huisvesting Twente. “Toen er bijvoorbeeld een gigantisch kamertekort was in Amsterdam en Utrecht, zaten wij in Enschede op een ontspannen woningmarkt.”

Adriaansens laat weten dat de Stichting niet zo veel merkt van het feit dat eerstejaars studenten minder op kamers gaan. “Misschien krijgen we dat nog. De prognose is wel dat studenten minder op kamers gaan vanwege het leenstelsel, maar dat wordt weer opgevuld door de buitenlandse studenten die hier komen studeren en wonen.” Wat Adriaansens wel ziet, is dat de woonwens van studenten verandert. Studenten willen tegenwoordig liever in een appartement wonen dan in een studentenhuis met een klein kamertje. “Wellicht dat studenten daarom minder op kamers gaan.” Voor een zelfstandige woonruimte betalen studenten volgens Adriaansens zo’n 350 euro per maand.

kences-2014
Studenten in Enschede huren relatief veel bij corporaties. Bron: Kences Monitor Studentenhuisvesting 2014

Maar hoe komt het nou dat eerstejaars studenten minder op kamers gaan? “Ik denk dat de eerstejaars studenten uiteindelijk wel uitwonend gaan worden. Alleen al door het feit dat zij stage elders moeten gaan lopen of doordat ze na twee jaar toch wel iets voor zichzelf willen. Ik denk dat het moment dat studenten uit huis gaan later is en dat dat komt door het leenstelsel.”

Hoe lossen studenten het gebrek aan geld zelf op?

whatsapp-image-2016-12-19-at-19-01-19Eileen de Haan is tweedejaars studente Media, Informatie en Communicatie aan het Saxion in Enschede. Ze woont samen met vier andere studenten in een studentenhuis net buiten het centrum van Enschede, maar nog in het binnensingelgebied. Op kruipafstand van de grote winkelketens en de kroegen van haar studentenstad. De keuze om op kamers te gaan was voor haar snel gemaakt: ze komt oorspronkelijk uit Groningen en iedere dag bijna drie uur in de trein, dat zag ze niet zitten. Voor haar kamertje van twaalf vierkante meter betaalt ze 235 euro per maand. “Dat is heel laag, voor de locatie en de ruimte die ik er voor krijg”, zegt ze.

Het studentenhuis bestaat uit de vijf kamers, een badkamer en een keuken. Een echt grote, gezamenlijke ruimte is er niet. “We zitten wel regelmatig hier met z’n allen in de keuken, maar dat is eigenlijk te klein. We hebben ook regelmatig feestjes hier, dus dan wordt het nog krapper.” De keuken is kleiner dan de oppervlakte van Eileen’s kamer, de muren zijn volledig bestickerd en met stift zijn er Teletubbies getekend op de koelkast en de muur. In de hoeken tussen de muur en het plafond zitten bruine vlekken en wanneer spullen te dicht bij het kleine kacheltje staan, is de kans aanwezig dat je tas bijvoorbeeld in brand vliegt. “Het is wel gezellig”, zegt Eileen, schouderophalend.

Het studentenhuis is dus geen paradijsje. “We hebben nu verstopping, dus alles stinkt in huis. Ik douche al een hele tijd bij mijn vriend en bij mijn ouders.”
Maar waarom betaalt ze dan niet iets meer voor een kwalitatief beter huis? “Ik vind 450 euro per maand voor een kamer heel veel. Dat had ik ook niet betaald als ik wel studiefinanciering had gekregen.” Eileen heeft er voor gekozen het met een iets minder goed onderhouden huis te doen, omdat ze er gezelligheid en de perfecte locatie voor terug krijgt. “De gezelligheid speelt voor mij meer mee dan geld. Dat dit heel goedkoop is, is mooi meegenomen.”

whatsapp-image-2016-11-28-at-13-24-11-1Dat is een hele andere situatie dan hoe Matthew Waanders woont: hij heeft er ook voor gekozen in een studentenhuis te gaan wonen, maar dan in Glanerbrug, een dorp tussen Enschede en de Duitse grens. Het was een bewuste keuze van Matthew om in een dorp te gaan wonen en niet in de grote stad, waar hij ook vandaan komt.

Het huis waar Matthew woont is eigenlijk van de ouders van een van de bewoners. Hij mag in het huis wonen en de andere kamers worden verhuurd. “Ik woon hier met drie andere jongens”, licht Matthew toe. “We hebben het hier goed voor elkaar hoor.”

Een grote hoekbank neemt de meeste ruimte in, in de gezamenlijke woonkamer van de vier jongens. Tegenover de hoekbank staat een grote, 60 inch televisie. Daar zijn de jongens trots op. “Niet erg studentikoos hè?” gniffelt Matthew. Bij een rondleiding door zijn huis zijn nog meer “niet erg studentikoze” aspecten te zien. Zo staat in de grote woonkamer een zespersoons massief houten eettafel, hangen er nette decoraties aan de muren, is er een gezamenlijke kapstok en een net toilet. “We hebben ook nog een vaatwasser, meerdere koelkasten, meerdere koffiezetapparaten en zelfs een tuin. Oh ja en een bad met bubbelbadfunctie.”

Matthew is wel uit noodzaak in Glanerbrug gaan wonen. “Ik woonde samen met mijn vriendin, maar dat ging uit, dus toen moest ik een nieuw huis zoeken.” Terug naar zijn ouders, daar dacht hij niet aan. “Het is veel leuker om als student op jezelf te wonen dan bij je ouders. Je hebt dan veel meer vrijheid in wat je doet. Je hebt alleen niet de luxe dat de was voor je gedaan wordt.”

Glanerbrug telt bijna 17.000 inwoners. 55% daarvan heeft de leeftijd van 25 tot 65 jaar. Jongeren van 15 ot 25 zijn in Glanerbrug de kleinste groep met maar 11% van het inwoneraantal, zelfs nog kleiner dan de groep 65-plussers.

“Ik ben in Glanerbrug gaan wonen, omdat het hier veel goedkoper is dan in Enschede. Voor het huis dat ik hier heb, met een kamer van deze afmetingen en zo’n mooie woonkamer er bij, betaal je in Enschede al gauw 100 euro meer. Ik heb wel gekeken naar kamers in Enschede, maar dit was toch beter.” Matthew betaalt voor zijn kamer van vijftien vierkante meter 250 euro per maand. Bij die prijs horen ook de woonkamer, de grote badkamer, de uitgebreide keuken en de tuin. Gas, water en elektra zitten bij de prijs inbegrepen.

Op de vraag of het wonen in Glanerbrug beter is dan in het centrum van Enschede, heeft Matthew een uitgebreid antwoord: “Qua reizen is Glanerbrug niet beter dan Enschede, qua uitgaan ook niet, maar qua leefomstandigheden is dit toch wel een heel stuk beter.” Als hij uit het studentenhuis zou gaan, zou hij wel weer terug naar Enschede gaan. “Gewoon weer terug naar waar ik vandaan kom.”

img_7207

De Almelose Thomas ter Wijlen studeert Filosofie aan de Universiteit Twente. Hij woont niet in een studentenhuis waar hij moet leven op een kamertje van een paar vierkante meter, hij heeft ook niet een goedkoper plekje gezocht in een dorp dichtbij de stad, maar hij heeft er voor gekozen bij zijn ouders te blijven wonen, in Almelo.

Thomas wil best op kamers, maar hij heeft er het geld niet voor. “En als je het thuis goed hebt, waarom zou je dan op kamers gaan?” vraagt hij zich af. Bij zijn ouders thuis hoeft hij zijn eigen was niet te doen, hoeft hij niet te koken en zo nu en dan wordt zijn slaapkamer ook nog opgeruimd. Hij helpt na het avondeten wel met de afwas. “Als ik op mezelf zou wonen, zou ik dat allemaal alleen moeten doen, naast al mijn hobby’s.”

Die hobby’s van Thomas, die nemen heel veel tijd in beslag. Hij doet namelijk aan stijldansen en speelt ook gitaar. De stijldanslessen die hij volgt bij zijn zowel groepslessen als privélessen, wat samen al gauw neer komt op een maandelijks bedrag van 140 euro. Daar komen de kosten van de gitaarlessen nog bij.

Thomas houdt iedere maand, na al zijn vaste lasten, zo’n 300 euro per maand over. “Daar kan ik niet van op kamers”, zegt hij. “Daar zou ik de huur van kunnen betalen, maar de boodschappen niet. Als ik wil blijven doen wat ik doe, dan kan ik niet uit huis.”

Toen, nu en straks
2006, een hele tijd geleden. Het jaar dat George W. Bush nog president was van Amerika. Het jaar dat Servië en Montenegro gescheiden werden. Een hele tijd geleden, 11 jaar geleden, om precies te zijn.

In 2006 bleef 42% van de studenten nog bij hun ouders wonen. In 2015 steeg dat naar 44%, volgens de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting van Kences uit 2015. Daarnaast geeft die Monitor aan dat het aantal studenten landelijk gezien ook is toegenomen. Tussen 1 oktober 2006 en 1 oktober 2014 is het aantal studenten met 148.000 toegenomen. Dat is een stijging van 30%.
De relatieve groei van het aantal thuiswonende studenten is dus niet enorm groot. Het Kences schrijft daar ook over dat door de groei van het aandeel buitenlandse diplomastudenten, de daling niet heel ernstig is.

Het jaarrapport van de Stichting Jongeren Huisvesting Twente laat duidelijk zien dat er de laatste jaren geen probleem is ervaren wat betreft het huisvesten van studenten. In het jaarrapport uit 2015 staat namelijk dat het aantal uitwonende studenten in de stad Enschede in 2015 8830 was, 480 studenten meer dan in 2010.

Pauline Adriaansens van Stichting Jongeren Huisvesting Twente zei dat er prognoses zijn die aangeven dat eerstejaars studenten inderdaad minder op kamers gaan.Het Kences geeft aan dat het aantal uitwonende studenten op basis van de trends uit het verleden het aantal studenten tot 2022 toe zal nemen met 22.000 studenten, 6% meer dan in 2015. Dit houdt wel in dat de toename van het aantal studenten en daarmee ook de uitwonende studenten de laatste jaren bij iedere prognose naar beneden is bijgesteld.

Het is zo erg nog niet
Pauline Adriaansens zei het eigenlijk al: studenten gaan nog steeds op kamers, maar alleen later. Ze willen niet meer in hun eerste jaar op kamers, want ze willen eerst kijken hoe de studie is. Studenten moeten nu hun volledige “studiefinanciering” terugbetalen. Een prestatiebeurs van de overheid krijgen ze niet meer, dus wanneer er nu geleend wordt, moet het ook terugbetaald worden. Wanneer een student dan in de studiestad gaat wonen, geld leent om rond te kunnen komen en de studie blijkt toch niets te zijn, dan zit de student direct al met een lening die eigenlijk “voor niets” is geweest.

Studenten zijn creatief in het zoeken naar oplossingen: Thomas blijft lekker bij zijn ouders wonen, Eileen neemt genoegen met minder kwaliteit en Matthew is verder van het centrum af gaan wonen, in een dorp. Het is van een ieder zijn of haar eigen keuze of diegene op kamers wil gaan wonen. Het heeft met verschillende aspecten te maken: geld, gezelligheid, hoe hoog te lat ligt en afstand tot het centrum.

Met alle prognoses, de cijfers van het aantal thuiswoners dat beperkt is gebleven (42 procent in 2006 en 44 procent in 2015), de verwachting van studentenhuisvesters en de wil van studenten om zelfstandig te worden, komt het hoogstwaarschijnlijk wel goed met de kamers in het Oosten van het land. Zoals Adriaansens al zei: Twente doet vaak niet mee met de landelijke trend.

Advertisements
%d bloggers like this: